De winter brengt heel wat veranderingen met zich mee voor onze paarden. De weides worden armer, het gras verdwijnt en we schakelen steeds meer over op droger ruwvoer zoals hooi, voordroog of zelfs wortelen en slobber.
En net die voerwissel maakt de winter een kritische periode voor het paardengebit.

Droger voer = harder werken
Droog hooi is veel minder sappig en zacht dan gras. Het vraagt meer kauwkracht en zorgt voor extra slijtage op de kiezen.
Paarden moeten nu langer en intensiever malen, en dat legt alle kleine tandproblemen bloot die in de zomer misschien nog onopgemerkt bleven.

Kleine problemen worden nu zichtbaar
Denk aan:

  • scherpe emailpunten

  • ongelijke slijtage (een golf- of trapgebit)

  • diastema’s

  • loszittende kiezen bij oudere paarden

 

In de winter kunnen deze problemen ineens leiden tot:

  • proppen maken
  • morsen met eten
  • traag eten of stoppen tijdens het eten
  • vermageren
  • verteringsproblemen (tot zelfs koliek)

Oudere paarden zijn nóg gevoeliger
Senioren hebben vaak minder kauwvlak en ‘langer uitgelengde’ kiezen. In de winter zien we bij hen vaker:

  • moeilijker fijnmalen van hooi

  • sneller proppen maken

  • vermagering ondanks voldoende voer

Een tijdige controle voorkomt dat ze ongemerkt te weinig voedingsstoffen opnemen.


Waarom juist nu een gebitscontrole?

  • Je paard moet meer kauwen voor elke hap.

  • Ruwvoer is nu hun belangrijkste energiebron.

  • Je voorkomt vermageren, stress en spijsverteringsproblemen.

Een wintercontrole zorgt ervoor dat je paard het koude seizoen gezond, comfortabel en zonder pijn doorkomt — en dat het ruwvoer dat je geeft ook écht benut wordt.

Goede voeding begint bij een goed gebit… en dat geldt in de winter meer dan ooit. ❄️🦷🐴