De eerste gebitscontrole gebeurt best al rond de leeftijd van 6 tot 12 maanden.
Op die leeftijd zijn de eerste melktanden doorgebroken en kunnen eventuele afwijkingen (zoals een verkeerde stand, beschadigde tanden of problemen door trauma) vroegtijdig worden opgespoord.

Een jong paard dat nog niet aan het wisselen is kan ook diastema’s of haken ontwikkelen. Indien je proppen, traag eten of andere (eet)veranderingen opmerkt, is een gebitscontrole sterk aangeraden, ook al is het paard jonger dan 2,5 jaar.


Tussen 2,5 en 5 jaar is regelmatige controle écht essentieel.
Dit is de wisselfase, waarin:

  • melktanden worden vervangen door volwassen tanden

  • doppen kunnen blijven zitten

  • wolfstanden kunnen doorkomen en indien nodig verwijderd kunnen worden. Als het paard wordt opgeleerd met bit raad ik aan om ruim voor deze periode de wolfstanden te laten verwijderen, zodat er genoeg tijd is om de wondjes te laten helen (minstens 2 weken)

  • scheefstanden en ongelijkmatige slijtage kunnen ontstaan

In deze periode raad ik vaak jaarlijkse of zelfs halfjaarlijkse controles aan, afhankelijk van het paard.

Door op jonge leeftijd de tanden regelmatig te controleren kunnen problemen voorkomen worden.

Een gezond gebit begint dus al op jonge leeftijd. 🦷💙


En daarna?

  • Volwassen paarden (vanaf 5 jaar): meestal 1x per jaar controle

  • Sportpaarden, oudere paarden of paarden met gekende problemen: soms vaker